Hippotherapie...
letterlijk
therapie door middel van het paard.
Men kan hieraan allerlei mooie en ingewikkelde definities en omschrijvingen
geven.
Bij
ons wordt dit gezien in de meest brede zin van het woord. Het uitgangspunt is de
behoefte of de vraag van het kind of de jongere, het antwoord wordt gegeven door
het paard. Dit kan op zeer veel verschillende manieren zoals het verloop van
deze tekst zal aantonen.
Aanvankelijk dachten we ons te moeten richten naar een bepaald publiek omdat we meenden hiervoor een aanbod in petto te hebben. Doordat de vragen echter spontaan tot bij ons kwamen vanuit zeer diverse richtingen, waren we er meer en meer van overtuigd hiervan te moeten vertrekken en bekeken we in hoeverre we een aanbod konden uitwerken met telkens één gemeenschappelijke factor: het paard.
Een meisje met ADHD problematiek en dyspraxie blijkt door de jaren heen echt
aanleg te hebben om te leren paardrijden en de diverse gangen te beheersen. Het
leren paardrijden heeft voor haar een therapeutische waarde. Ze leert zich te
beheersen en hoe ze met het paard moet omgaan. Ze oefent vertrouwen te hebben in
het dier en in zichzelf. Ze tracht een evenwicht te vinden in het krijgen van
macht en controle over, en het zich overgeven aan een ander wezen. In de
puberteit gekomen wordt het er voor haar niet gemakkelijker op. Bij de paarden
vindt ze rust en groeit haar zelfvertrouwen dat elders zwaar op de proef wordt
gesteld.
Een
autistische jongen heeft interesse voor paarden maar valt in een gewone manege
uit de boot. Zijn ouders zochten voor hem een zinvolle vrijetijdsbesteding die
hem genoegen schonk en waar hij in kon volharden. Normaal is hij erg passief en
nieuwsgezind. Ondertussen komt hij reeds verschillende jaren. Hij heeft een
goede emotionele band met het paard, leert zijn grenzen steeds beetje bij beetje
te verleggen. Ook hij leert zelfstandig rijden met het paard wat motorisch voor
hem een hele klus is. Het omgaan met het paard is een voortdurende oefening in
perspectiefneming: wat ziet het paard? Waarom is het bang? Hoe kan ik het gerust
stellen? Het samen rijden met iemand anders leert hem rekening te houden met een
ander, zijn communicatie aanpassen ...
Een andere vraag kwam van een
hoogbegaafde kleuter met serieuze gedragsproblematiek en nood aan structuur. De
omgang met het paard heeft te maken met “dominantie en affectie”. Het paard
moet zich kunnen toevertrouwen aan je gezag maar doet dit maar omwille van de
affectie die eraan te pas komt. Ook bij het benaderen van kinderen zijn deze
componenten belangrijk. Door deze wederzijdse omgang leert ook het kind de
relatie met het paard zo uitbouwen. Ook hij komt reeds verschillende jaren. Hij
heeft geleerd zich op het paard te ontspannen en niet in te gaan op elke prikkel
in de omgeving. Hij komt psychisch
en fysisch tot rust. Presteren is hier niet van belang. Extra oefeningen worden
aan hem niet opgelegd tenzij hij zelf aangeeft hier behoefte aan te hebben. Daar
waar het paard voor hem aanvankelijk een voorwerp was, heeft hij er nu een
respectvolle relatie mee.
En
dan was er de autistische jongen waarbij het helemaal niet zo duidelijk is wat
zijn verstandelijke mogelijkheden zijn. Hij spreekt woorden maar gebruikt ze
meestal niet communicatief. Hij begrijpt eenvoudige verbale opdrachten, zeker
wanneer ze vergezeld zijn van gebaren. De ouders zochten voor hem een aangename,
zinvolle aktiviteit die zijn interesseveld zou kunnen verbreden. Motorisch zijn
er geen problemen. Hij geniet met volle teugen van het zitten op de blote
paardenrug, zit te lachen en te neuriën. Langzaam maar zeker leert hij hoe hij
invloed kan uitoefenen op het paard: het laten stoppen, laten vertrekken,
draaien...Hij heeft ook reeds heel wat van zijn angst voor het dier leren
overwinnen.
Een
zestienjarige jongen die zwaar motorisch gehandicapt is maar wel begrijpt wat je
zegt, kan zich voor onbekenden moeilijk verstaanbaar maken en kan niet zonder
hulp stappen of zitten. Zijn moeder zocht voor hem een aktiviteit die hem de
nodige ontspanning kon bieden in een therapeutisch goed gevuld programma.
Tegelijkertijd heeft het paardrijden voor hem een kinesitherapeutische waarde:
op de blote paardenrug gezeten, krijgt hij een warme massage en stimuleert hij
ongemerkt die spieren die ook bij het stappen moeten gebruikt worden. Meestal
geniet hij overduidelijk, andere momenten spant hij zich op. Het vraagt van hem
een hele inspanning die niet te lang mag duren. Toch kijkt hij telkens erg uit
naar het moment dat hij kan komen paardrijden en is het een teleurstelling
wanneer het weer spelbreker is. Op het paard gezeten voelt hij zich groot boven
de andere mensen terwijl dit in zijn rolstoel net andersom is.
En dan is
er nog een zesjarig meisje met epilepsie en een motorische handicap. Zij leert
haar spraak te beheersen en drukt zich vooral uit in gebarentaal. Zij is pienter
en erg communicatief ingesteld en ...zot van paarden. Het paardrijden is voor
haar een goede motorische oefening die ondersteunend is aan de andere therapieën
die ze krijgt. Haar rechter lichaamshelft is gedeeltelijk verlamd en ze heeft
het moeilijk om mooi recht te zitten. Dit wordt op het paard spelenderwijs
geoefend. Ze wordt bewust gemaakt van die delen van haar lichaam die niet zo
gemakkelijk functioneren. Ze leert ook rekening te houden met het paard als
levend wezen waar je respect moet voor opbrengen. Tijdens het paardrijden
communiceren we voortdurend en tracht zij zich duidelijk te maken aan mensen die
haar eigen taaltje niet altijd onmiddellijk begrijpen. Ze is erg fier op wat ze
allemaal al kan en amuseert zich kostelijk.